Een gat dat nooit gedicht kan worden. /*\

(g.l.t. 5 min; links: 40 min.)
Vandaag om twee minuten over één was het precies 75 jaar geleden dat het laatste gaatje van de Afsluitdijk werd gedicht. Een staaltje maakbaarheid waar Nederland wereldberoemd mee is geworden. De Afsluitdijk was onderdeel van de Zuiderzeewerken. Een ambiteus plan met grote doelen. De Afsluitdijk moest de veiligheid van de gebieden rond de toenmalige Zuiderzee vergroten. Er zou een einde komen aan de overstromingen waar men regelmatig last van had. De voedselproductie kon verhoogd worden. De geplande polders zouden vooral een agrarische bestemming krijgen. De waterbeheersing van een groot deel van Nederland zou verbeterd worden. Het IJsselmeer zou een opvangbekken worden voor overtollig water van een aantal rivieren. En nieuwe verkeersverbindingen over de Afsluitdijk en door de polders zouden sneller reizen tussen het westen en de oostelijke en noordelijke delen van Nederland mogelijk maken.
Het dichten van dat laatste gat heeft uiteindelijk een imposante dijk (eigenlijk een dam), vijf polders en een behoorlijke recreatieplas opgeleverd. Eén gat heeft men echter niet kunnen dichten. Het is het gat dat tussen maakbaarheid en de gevolgen ligt. Hoe goed men ook nadenkt over allerlei plannen, nooit valt helemaal te voorspellen welke gevolgen er zullen optreden. De Afsluitdijk is een enorme metafoor voor dit verschijnsel. Een paar voorbeelden.
In het oorspronkelijke plan zou er ook een spoorlijn over de Afsluitdijk komen. Tot tweemaal toe heeft men hier vanaf gezien. De voorzieningen voor een spoorweg werden wel in de dijk ingebouwd. Kostenbeheersing leidde er toe dat men niet meteen een spoorweg heeft aangelegd. Later, in de zeventiger jaren, heeft men de funderingen voor de spoorweg gebruikt om de autoweg tot een snelweg te verbreden. Het gevolg? Vandaag de dag zitten we opgescheept met het probleem van de Zuiderzeelijn, de spoorverbinding tussen Amsterdam, Schiphol via Emmeloord naar Groningen. Om allerlei redenen (kosten, milieu, wisselende politieke prioriteiten) is die verbinding er nog steeds niet. Dat heeft men in 1932 natuurlijk niet kunnen voorzien. Misschien hadden we dit probleem niet gehad als men destijds wel die spoorverbinding had aangelegd.
Nog een voorbeeldje. Dat de Zuiderzeewerken gevolgen voor de visserij zou hebben had men wel door. Geen probleem, want een deel der visserij zou overgaan van zout- naar zoetwatervisserij en de vissers die daar geen zin in hadden konden zich natuurlijk omgescholen tot één van de vele beroepen waar behoefte aan zou zijn tijdens en na deze imposante waterwerken. Haring en ansjovis verdwenen en maakten plaats voor paling en snoekbaars. Hoe kon men in 1932 voorzien dat het IJsselmeer één van de zwaar beviste meren van de wereld zou worden en dat die overbevissing en milieuveranderingen nu bijna het einde betekenen voor de laatste IJsselmeervissers?
De Afsluitdijk heeft het land veranderd. Maar na 75 jaar blijkt: de dijk is niet af. In 1932 had men geen idee dat het klimaat nog eens zo zou veranderen dat zelfs de Afsluitdijk geen waarborg tegen wateroverlast zou zijn. Het gevaar kwam toen uit zee, nu komt het van twee kanten: de stijgende zeespiegel en de aanvoer van water via de rivieren. De Afsluitdijk moet dus verhoogd en verstevigd worden. De spuicapaciteit van het IJsselmeer moet worden aangepast. Dat zal opnieuw gevolgen hebben voor het water en de flora- en fauna. En ook voor de mensen?
Het IJsselmeergebied is een feit. Niemand zal er voor zijn om de dijk af te breken en terug te keren naar de situatie voor 1932. Veel maakbaarheid is onomkeerbaar. Het enige wat wel kan is de 75 jaar aan ervaring en kennis te gebruiken voor een nieuwe visie op de toekomst van het IJsselmeer. Dat belooft staatssecretaris Huizinga (Verkeer en Waterstaat) dan ook te doen. Een visie met meer samenhang tussen de ecologie van het gebied en het veranderende klimaat. Een samenhang waar werken, recreatie en natuurbeheer op elkaar is afgestemd. De huidige regering gaat de regie over het IJsselmeer overnemen. Of alle betrokkenen daar blij mee zullen zijn moeten we afwachten. Komt er toch een spoorlijn op de Afsluitdijk of worden er huizen gebouwd? Of zou de kwaliteit van het water gered zijn door de dijk van een aantal gaten te voorzien? Wordt de rest van het IJselmeer toch nog ingepolderd of zet men juist één van de bestaande polders weer onder water?
En belangrijkste vraag: zal de regering, zullen wij, ooit een afsluitdijk kunnen maken die de missing link tussen wens en werkelijkheid zal vervangen? Gaan we ooit het gat dichten dat tussen maakbaarheid en de gevolgen daarvan ligt?

Labels:

Dag 471 Stellingen. /*\

Wegens tijdgebrek vandaag een bericht in de herhaling. Een aantal stellingen over maakbaarheid, waar nog niet veel op is gereageerd. Vandaag dus de herkansing.


Stelling 1: - Alles is maakbaar.

Stelling 2: - Alles wat gemaakt is, bevat ergens wel een constructiefoutje.

Stelling 3: - We moeten niet alles maakbaar willen hebben.

Stelling 4: - Maakbaarheid is een illussie.

Zegt u het maar...............................

Labels:

Naamsmaakbaarheid /*\.

(g.l.t. 3min,; links: 6 min.)
Alles moet een naam hebben. Zonder naam hebben dingen geen betekenis. Alleen bij namen van mensen is het even oppassen. Om te beginnen kan je niet zomaar elke naam aan een nieuwgeboren mensje geven. Bijna alles is mogelijk, maar een al te gekke naam kan door de ambtenaar van de burgerlijke stand geweigerd worden. Heb je eenmaal een naam, dan moet je nog uitkijken op wat voor manier je naam maakt. Maar het is altijd aardig eeuwige roem te verkrijgen als een straat, plein, park, gebouw of wat voor lokatie dan ook, jouw naam mag dragen.
Dat gaat overigens niet altijd goed. In Den Haag vinden bewoners van een sjieke villa-wijk dat de naamgeving van hun straten wel moet passen bij de parkachtige sfeer en de cultuurhistorische achtergrond van hun wijk. Daar past de naam van Aad Mansveld, de beroemde ADO-voetballer, niet bij. Zelfs de aanduiding 'straat' is in hun ogen niet goed genoeg.
Of neem het stadje Palmerston North in Nieuw-Zeeland. Daar heeft men een vuilnisbelt naar de acteur John Cleese vernoemd. Een wat vreemde manier om het gehele komische oeuvre van de man te eren? Nee, men neemt op deze manier wraak op vuilspuiterij van Cleese, die het stadje ooit te verschrikkelijk voor woorden noemde.
Namen kunnen dus de meest uiteenlopende associaties oproepen. En hoewel je daarmee dus alle kanten op kan, zal het nooit gebeuren dat een doodlopend steegje naar Jan Peter Balkenende genoemd zal worden. En een gemeente zal nooit een woonwagenlokatie 'Pipo de clown-park' te noemen.
Maar mag ik een beroep doen op uw creativiteit? Weet u, net als de inwoners van Palmerston North, nog namen voor bijzondere lokaties, gebouwen, straten, parken, plassen, enzovoorts? Of zijn er plekken die voor herbenoeming in aanmerking komen? Ik kan me zo voorstellen dat het verkeersknooppunt Prins Clausplein bij Den Haag niet echt een eerbetoon aan genoemde is. Daar is vast een passender naam voor te bedenken.

Labels:

Maakbaarheid gaat ondergronds. /*\

(g.l.t. 2 min.; links 3 min.)
Het is al een hele drukte boven de grond, maar heeft u enig idee hoe druk het ondergronds is? Het krioelt er van de wormen, kevers, mollen en muizen, die hun weg moeten zoeken tussen telefoonleidingen, glasvezelskabels, waterleidingen, rioolbuizen, de stadsverwarming en metrolijnen. Dat er nog een buis bovengronds te zien is, mag enige verbazing wekken want we hebben ook nog de buisleidingenstraat. En die is aan uitbreiding toe.
De buisleidingenstraat is een ondergonds stelsel tussen Pernis en Antwerpen. Wat er allemaal doorheen gaat weet Koos Haeck (directeur van het straatje) niet. Dat bepalen de bedrijven, die er gerbuik van maken, zelf. Maar Haeck weet zijn ondergrondse wel enthousiast te promoten. Hij ziet het als een prachtig alternatief voor het bovengrondse vrachtverkeer. Zelfs de Betuwelijn had er niet hoeven komen. Men had beter een paar extra buizen op zijn straatje aan kunnen sluiten. Want, zo stel hij, zonder deze buizenstraat zouden er tienduizenden vrachtwagens meer op weg zijn tussen Rotterdam en Antwerpen.
Nu duikt men wel vaker onder de grond om het verkeer meer ruimte en snelheid te geven. Er worden steeds meer trein-en tramtunnels gebouwd. En bij elk nieuw aan te leggen snelweg wordt ook gekeken welke mogelijkheden er onder onze voeten zijn. Maar niet alleen is de ondergrondse een alternatief voor het verkeer. In Almere kent men al enige jaren ondergronds tranport van huis- en bedrijfsafval. Dat scheelt al gauw een paar vuilniswagens en u hoeft thuis uw afval niet te bewaren tot de ophaaldag. Gewoon elke dag naar de stortkoker en u bent onmiddelijk verlost van al die troep.
Nou, doe dan maar meteen ook de bekende buizenpost ondergronds. Nu nog een manier om geldkokers in warenhuizen van kassa naar de boekhouder te sturen, straks wellicht de finale doodsklap voor de laatste echte postbode. Want waarom zou buizenpost alleen bovengronds werken?
Het enige wat al die ondergrondse ruimtelijke ordening kan ondergraven, is dat er wel minder plek is om nog een heipaal de grond in te stampen. De eerder genoemde buisleidingenstraat is 100 meter breed en aan weerszijden moet er om veiligheidsredenen een strook van 55 meter zijn, waarop niet gebouwd mag worden. Dus uitbreiding ondergronds, kan beperkingen bovengronds tot gevolg hebben. Dat geldt natuurlijk ook voor tramtunnels met bijbehorende parkeergarages.
En al die kevers, mieren, wormen, duizendpoten, roofmijten, wormhagedissen, mollen en muizen? Gaan we voor die beestjes ondergrondse natuurreservaten bouwen?

Labels:

Valsspelen met kaarten /*\

(g.l.t. 4 min.; links: 14 min.)
Bent u wel eens flink om de tuin geleid, terwijl u toch zeker wist dat er een kortere weg binnendoor was? Dan heeft u het zekere voor het onzekere genomen en meer vertrouwen gesteld in de wandelkaart die u bij u had, dan op uw geografische intuïtie.
Is het u ook opgevallen hoe rustig het op de weg is? Natuurlijk, het aantal auto's neemt nog steeds toe en files genoeg. Maar zelden zie je nog een chauffeur met een van boosheid verwrongen gezicht ruzie maken met de al even woedende bijrijder. Dat komt door al die electronische navigators. Die werken kennelijk beter dan zelf de kaart lezen.
Dit zijn nog bekende situaties waar de mens in conflict met een geografische kaart komt. Maar wat dacht u hiervan? U woont al een tijdje in een mooie, nieuwe wijk. Geheel tevreden met uw nieuwe huis. Het is nog wat kaal in de omgeving, maar u heeft vooraf mooie presentaties gezien, waar aardig wat bomen en grasveldjes te zien waren. Dat moet allemaal nog groeien, dus dat komt wel goed. Dan is er ineens die nacht dat u van veel lawaai nauwelijks hebt kunnen slapen. U staat de volgende ochtend op, doet de gordijnen open en...... er ligt een weidse plas voor uw deur!
Tja, had u vooraf maar beter de kaart moeten lezen. In de legenda stond toch duidelijk vermeld wat al dat groen te betekenen had: de strepen zijn geen groenstroken maar kanalen. Dat groene veld voor uw deur was geen speelveld, maar een waterbekken.
'Een kaart kan louter beschrijvend zijn, maar je kunt die ook inzetten om discussie uit te lokken, om te lobbyen, te overtuigen en te verleiden of om mensen op één lijn te krijgen'. Dat stelt onderzoekster ingenieur Linda Carton, die afgelopen vrijdag afstudeerde op de relatie tussen besluitvorming en de vorm van kaarten. In de ruimtelijke ontwikkeling en planning spelen kaarten een essentiële rol. Maar ontwerpers, bestuurders en politici gebruiken die kaarten elk op hun eigen manier en dan ontstaan er makkelijk problemen.
Met kaarten wordt maakbaarheid inzichtelijk gemaakt. Afhankelijk van wat een cartograaf op papier heeft gezet, kunnen de kaartlezers die maakbaarheid weer naar hun hand zetten. Dat kan omdat een kaart nooit volledig is. Linda Carton geeft een voorbeeld: 'Een ervaren kaartenmaker wees me erop dat Groningen vaak wél op overzichtskaartjes van Nederland staat, maar Delft niet. Toch zijn beide steden even groot, maar Groningen is in het noorden nu eenmaal dé stad, terwijl Delft relatief onbelangrijk is naast Rotterdam en Den Haag.' Tja, daar zijn de Delftenaren natuurlijk niet blij mee, maar zo zegt Carton verder: 'Met kaarten kun je de werkelijkheid op allerlei manieren manipuleren. Ze lijken objectief omdat ze afkomstig zijn uit een Geografisch Informatie Systeem (GIS), maar in werkelijkheid liggen er allerlei keuzes van de maker aan ten grondslag.'
Die keuzes kunnen de besluitvorming beïnvloeden. Maar de door belangen ingegeven kaartinterpretaties van degenen die er mee moeten werken hebben wellicht een grotere invloed. Een gemeente die snel een vinex-locatie nodig heeft wil vooral geneog huizen op een kaart zien. Hoe het verder met het waterbeheer moet zoekt het waterschap maar uit. Die werkt weer op een andere manier met de kaart. Waar de gemeentelijke planoloog op huizenrijtjes lijkende vakjes had ingekleurd, veegt het waterschap met een paar ferme streken het nodige blauw erover heen. Wat dan volgt, kunt u wel raden. De ene vergadering na de andere, de ene conceptkaart na de andere, alle partijen sjoemelen en uiteindelijk bestaat de kaart uit tal van compromissen. Die kaart kreeg u onder ogen, toen u op zoek was naar een nieuwe woning in een aantrekkelijke wijk. U voelt zich om de tuin geleid en bent woedend op de bestuurder.
Met de kaarten in de hand, komt heel wat maakbaarheid tot stand. Om te voorkomen dat daarbij niet vals wordt gespeeld, met ruzie en teleurstelling als gevolg, gaat ingenieur Carton voorlopig verder met haar onderzoek naar de rol van kaarten in de besluitvormingsprocessen. Ze hoopt dan uiteindelijk genoeg te weten om processen te ondersteunen. Danzkij haar wordt een voorlichtingsavondje planologie straks een genoeglijk potje kaarten en hoeft u niet meer verrast te worden door een plas water voor de deur die u eigenlijk niet voorzien had.
(Meer hierover kunt u lezen in het aritkel 'Voor elk doel een kaart' van Marion de Boo, op de site van de TU Delft).

Labels:

Money makes the world go round /*\

(g.l.t. 4 min.; links: 10 min.)
Er is maar één middel dat de wereld maakbaar maakt: geld. Wie iets kan bedenken dat de wereld verandert zonder geld, zal ik onmiddelijk voordragen voor de Nobelprijs voor Vrede èn Economie.
Geld maakt ook corrupt, maar met datzelfde geld kan corruptie ook weer de wereld uit geholpen worden. Dat denkt de Afrikaanse miljardair Mo Ibrahim. Beloon niet-corrupte leiders op het Afrikaanse continent met een leuke bonus voor hun oude dag. Ze moeten wel democratisch gekozen zijn en een uitstekende staat van dienst achterlaten. Het ideetje krijgt de steun van mensen als Kofi Annan, Nelson Mandela en Bill Clinton.
Ik weet niet hoeveel een corrupte regeringsleider voor zijn pensioen bij elkaar graait, maar het bedrag dat met een zuivere levenswandel verdient kan worden mag er ook zijn. De eerste tien jaar 500 duizend dollar per jaar en daarna, zo lang men leeft, 200 duizend dollar per jaar.
Tja, waarom zou ook een Afrikaanse leider niet een goed betaalde ouwe dag hebben? Op een enkeling na, zal menig ex-president lang niet zoveel overhouden als bijvoorbeeld Bill Clinton. Dat mag wel eens rechtgetrokken worden.
Voorlopig laat meneer Ibrahim niets los over mogelijke kandidaten voor die prijs. Dat zal ook lastig worden want een beetje Afrikaanse leider weet alle ins- en outs van corruptie. Nou worden hier al snel bepaalde Afrikaanse gewoontes corrupt genoemd. dat is vaak niet terecht. De meeste Afrikanen worden opgevoed met de boodschap eerst voor familie en eigen gemeenschap te zorgen. Een poging om de armoede enigzins buiten de deur te houden. Dus helpt men elkaar waar het maar kan. Niet alleen met eten en zorg, maar ook met baantjes en huizen. Eigenlijk het soort gemeenschapzin dat Balkenende IV hier zo graag ziet.
Dat neemt niet weg dat het niet tot een grijp- en graaicultuur moet leiden die juist en koste van de gemeenschap gaat. Waar zouden die Afrikaanse leiders dat toch geleerd hebben?
Van mensen als Wolfowitz, de president van de Wereldbank? Hij is niet te beroerd om zijn vriendin, ook werkzaam bij de Wereldbank, een aardige promotie en een bonus te verstrekken. Of strekken de topbonussen in het bedrijfsleven tot voorbeeld, die ongeacht de resultaten de ledinggevenden ten deel vallen? (zie ook de top-tien van beloningsschandalen in 2006).
De gedachte dat je corruptie de wereld uit kan helpen met geld is een bizarre vondst, maar getuigt van mensenkennis. Een hebzuchtig mens maakt het niet uit hoe hij zijn rijkdom vergaart. Maar dat beloning van goed gedrag ook de grootste graaier tot een voorbeeldig landbestuurder maakt, valt te betwijfelen.
Mo Ibrahim zet misschien wel een trend. Straks raakt Wouter Bos er nog door geïnspireerd. Eindelijk ziet hij het licht en komt met een briljant plan tegen de graaicultuur alhier: topmanagers die afzien van hun riante topbonussen worden beloond met een lucratief bedrag uit het fonds voor de minst grijpgrage bedrijfsleider. Als-ie dat fonds maar niet met onze belastingcenten vult.

Labels:

Gun je kind een andere ouder./*\

(g.l.t. 4 min.; links: 15 min)
Het is helemaal niet zo dat de leden van het huidige kabinet op dit moment alleen maar rondtrekken en praten. Er wordt hier en daar wel degelijk actie ondernomen. Zo heeft staatssecretaris van onderwijs, Sharon Dijksma, haar antwoord al klaar op een ideetje dat dit weblog 18 maart jl. lanceerde. De redaktie stelde voor dat ieder gezin een eigen nanny krijgt, om kinderen zonder al te veel ongelukken professioneel op te voeden. Prima idee, vond mevrouw Dijksma. Maar na enig rekenwerk bleek dat dit zo duur zou worden dat Nederland failliet zou gaan aan de opvoeding van haar eigen toekomst. Maar geen nood, het kan ook anders. In plaats van één nanny per gezin, is het goedkoper kinderen uit meerdere gezinnen onder te brengen bij één gastouder. Eerst moet je dan wel menig ouder overtuigen dat het goed is voor je kind ook wat tijd door te brengen bij andere 'pedagogen'.
Vandaag geeft Sharon Dijksma
het startsein voor de campagne 'Kinderopvang, dat gun je ieder kind'. Ze doet dat bij de stichting DAK, een grote kinderopvangkoepel in Den Haag, die al langer werkt volgens de opvattingen van ontwikkelingspsycholoog en pedagoog Elly Singer. Volgens Singer kan de kinderopvang positief bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen op sociaal-emotioneel, motorisch, creatief en cognitief gebied. De kids leren vriendschappen op te bouwen, rekening te houden met anderen en komen in aanraking met verschillende normen en waarden.
Mede door de inkomensafhankelijke kinderopvangtoeslag en een vaste bijdrage van de werkgever moet het allenaal betaalbaar blijven voor de ouders. Als Sharon Dijksma vandaag dan ook nog kan beloven dat de belastingdienst voortaan een stuk sneller is met het uitbetalen van die toeslagen, zal ze meer ouders over de drempel krijgen.
Misschien kan Dijksma ook haar collega
Gerda Verburg (minister van Landbouw) tegemoet komen. Ze maakt zich ernstig zorgen over kinderen die niet meer weten waar hun eten vandaan komt en denken dat een koe paars is. Welnu, dat kan opgelost worden via de kinderopvang. In Friesland gaat een echtpaar hun boerenbedrijf uitbreiden met het zogenaamde gastouderschap. De vrouw des huizes moet wel eerst een pedagogische kursus volgen, maar dan ligt de weg open om van de boerderij een volwaardige crèche te maken.
Kijk, twee vliegen in één klap: het boerenbedrijf gered en kinderen weten weer hoe een koe er van dichtbij uitziet. Hier ligt een fantastische kans voor de overheid. Maak kinderopvang extra goedkoop als die behalve de dagelijkse zorg ook nog tal van mooie pedagogische doelstellingen kan realiseren. Zo moet je kinderen tot 4 jaar vooral onderbrengen bij engelstalige gastouders, die goed kunnen rekenen en we krijgen een nieuwe generatie van tweetalige wiskids.
Kinderen van christelijke ouders zouden vooral naar islamitische crèches moeten en andersom. Rijkse kinders in volksbuurten ondergerbacht en de arme kindertjes een poosje bij de nanny's van de welgestelden. En alle kids minstens een jaar bij een boer ondergebracht. Al die ervaringen brengen de kinderen alle aspecten van het leven bij en je voorkomt dat ze later een maatschappelijke stage nodig hebben. Scheelt ook weer wat geld.
We leven in een landje dat wars is van verplichtingen. Keuzevrijheid wordt nog steeds als een hoog goed gezien, ook al stelt die vrijheid niet veel voor. Maar als je bepaalde keuzemogelijkheden goedkoop, misschien zelfs gratis maakt, dan zullen toch veel ouders wat makkelijker hun kroost bij een gastgezin plaatsen. Gaan we het, dankzij de campagne die Dijksma vandaag start, het nog meemaken dat we een nieuwe, sociale generatie krijgen?

Labels:

Vlieg er eens uit. /*\

(g.l.t. 3 min.; links: 6 min.)
De maakbaarheid van de toekomst wordt vaak geïnspireerd door creaties van de grootste fantasten. Bij gebrek aan eigen fantasie leunen wetenschappers en uitvinders op volstrekt fictieve voorbeelden aangedragen door Jules Verne en Walt Disney. Zo wordt over niet al te lange tijd de vliegende auto realiteit.
U kent dat ding misschien nog wel van de tekenfilm De Jetsons. Iedereen had zij eigen vliegend schoteltje. Welnu, vliegende schotels zijn voorlopig alleeen nog voorbehouden aan vermeende marsmannetjes of ruziemakende echtparen. Vliegende auto's kennen we tot nu toe alleen van dronken automobilisten die een bocht in de weg verkeerd inschatten. Maar nu komt er een echte vliegende auto. Een kruising tussen een auto en een helikopter. De zogenaamde PAL-V: Personal Air and Land Vehicle.
De gedachte hierachter is mooi. Om te beginnen wordt het vliegen naar je werk gedemocratiseerd. Nu is het voorbehouden aan het wat kapitaalkrachtiger bedrijfsleven, die her en der in Nederland helikopterplatforms heeft aangelegd om zakenrelaties en eigen bobo's in te vliegen. Niet alleen zij kunnen voortaan de files ontwijken, straks heeft iedereen die mogelijkheid.
Verder kan het afgelopen zijn met de aanleg van nog meer wegen. Ook het onderhoud van het wegennet kan omlaag geschroefd worden. Is er ergens een stukje weg dat te beroerd is om over te rijden, of is er helemaal geen weg te bekennen, dan zet je het gewoon op een vliegen.
Jammer is wel dat de vliegende auto een helikoptertje is. De wentelwieken geven toch aardig wat meer lawaai-overlast dan de vliegende schotels van de Jetsons, die niet meer dan het gezoem van een magnetron produceren. Verder hoeft de vliegende auto geen belasting te zijn voor het milieu. Het ding kan op bio-brandstoffen rijden en de helikopterwieken worden niet aangedreven door een motor, maar door de lucht.
Maar wat gaat dit betekenen voor de ruimte boven onze hoofden? Nu is er nog voldoende zicht om met één blik naar boven het weer in te kunnen schatten. Kunnen we dat nog wel als straks hele zwermen auto's het zicht ontnemen? En dan de vogels. Nu transformeren trage duiven, na een verloren confrontatie met een auto, nog tot een platgewalst verenkleedje op het asfalt. Straks worden we wellicht opgeschrikt door een duif die naast ons, op het trottoir, uiteen spat, na een aanvraing met een vliegende auto.
Fantasie kan tot een mooie, maakbare toekomst leiden, maar goed nadenken over de gevolgen blijft onontbeerlijk.

Labels:

Elk gezin een nanny. /*\

(g.l.t. 4 min.; links: 4 min.)
De maakbaarheid van opvoeding halen veel ouders tegenwoordig van het televisiescherm. JGZ (jeugdzorg)-verpleegkundigen constateren dat 'opvoedprogramma’s ouders beïnvloeden. Zij merken dit aan het feit dat ouders opvoedprogramma’s – en daarmee hun eigen opvoedproblemen - ter sprake brengen. Ouders herkennen zich in opvoedprogramma’s en worden zich bewust van hun eigen situatie. De verpleegkundige kan hierdoor eerder in gesprek gaan met ouders over hun opvoedproblemen'. Aldus een conclusie uit een onderzoek van twee hbo-studenten naar de gevolgen van dit soort programma's voor het werk van de JGZ-verpleegkundige.
In die programma's komen allerlei 'nanny's' voorbij, die als een soort opvoedkundige wegenwacht te hulp snellen als de opvoeding al flink uit de bocht is gegierd. Met als resultaat behoorlijk onhandelbare kindertjes die het huishouden ontregelen en terroriseren. De ouders zitten dan al lang met de handen in het haar en als kijker denk je soms: haal die handen uit je haar en gebruik ze voor een opvoedkundig pak rammel. Dat mag echter niet en dat willen de meeste ouders ook niet. En dan is daar de televisie-nanny. Ze neemt de opvoeding niet over, maar treedt op als een gezinscoach. In bijna alle gevallen komt het er op neer dat ze de ouders leert regelmaat, rust en orde in hun chaotische gezinsleven te brengen. Met niet alleen strakke dienstroosters en opgeruimde speelgoedkasten, maar ook persoonlijke aandacht voor elk op te voeden individuutje dat in huis rond rommelt.
Misschien heeft de kersverse minister voor Jeugd, André Rouvoet, wat aan de uitkomsten van het onderzoek. Ontspoorde jeugd is een hot issue en de minister voor Jeugd mag daar wat aan gaan doen. Hij zou om te beginnnen de 'nanny' in het thuiszorgpakket kunnen onderbrengen. Ouders die daar behoefte aan hebben kunnen dan, met een kindgebonden budget, een opvoedhulp uitzoeken. De vraag is echter of dat wel zo effectief is. De meeste schade is dan al aangericht en ik denk dat menig nanny niet verder komt dan wat pleisterwerk.
Het zou veel beter zijn om, onder het motto 'voorkomen is beter dan genezen', elk gezin reeds bij het eerste kind een nanny te geven. En dan liefst zo eentje die niet alleen de ouders bijstaat, maar ook een onafhankelijke mentor kan zijn voor de kids. Ook een kind wil wel eens een goed advies en een nanny kan zich veel onpartijdiger opstellen dan de eigen ouders.
Kijk, een kindje maken kan iedereen wel, maar opvoeden moet je niet aan amateurs over laten. Als Rouvoet in de honder-dagen-praten-met-de-samenleving bij mij langs zou komen, zou mijn advies luiden: Hup André, toon lef en geef elk gezin een nanny!

Labels:

Maakbaarheid op een rijtje /*\

(g.l.t. 4 min.; links: 5 min)
"Eigen schuld, dikke file". Dat had net zo goed boven een artikel in het AD kunnen staan, waarin een onderzoek naar het geringe succes van de 80-km zones wordt gepubliceerd. De criticasters van deze zones zullen teleurgesteld zijn, want niet die zones zelf, maar de automobilisten hebben schuld aan de tegenvallende resultaten. Even de conclusies op een rijtje:
1. 'Automobilisten gaan zoveel mogelijk rechts rijden en veroorzaken files door tijdens het invoegen te veel te remmen. Mensen blijven rechts rijden (....) en zich aan de verkeersregels willen houden'.
Tja, daar had Rijkswaterstaat natuurlijk niet op gerekend. Het is ook een betrekkelijk nieuw fenomeen dat automobilisten zich ineens aan de regels gaan houden. Die 80-km zones mogen dan niet zo succesvol blijken, de campagne die waarschuwt voor onnodig links rijden is wel aangeslagen. Met averechtse gevolgen en dus mag Rijkswaterstaat nu weer een campagne bedenken om de automobilist de linkerrijstrook op te jagen.
2. 'De problemen blijken erger te worden omdat de automobilisten relatief veel afstand houden. Daardoor zijn files langer en duurt het ook langer voor ze oplossen'
De campagnes tegen het bumperkleven hebben blijkbaar hun vruchten afgeworpen. Maar dat is dan weer niet goed in de 80 km-zones. Ze moeten ondertussen bij Rijkswaterstaat knettergek geworden zijn. Want met welke campagne moet men nu weer het rijgedrag in goede banen zien te krijgen?
Misschien moet men eens onderzoeken waarom alleen op de A10 bij Amsterdam-West de 80-km zone wel succesvol is: minder files dan op andere plekken en schonere lucht. Wellicht houden Amsterdammers zich meer aan hun wat anarchisticher tradities en lappen ze campagnes en verkeersregels aan hun laars?
Merkwaardig is wel de conclusie in het genoemde artikel dat fileproblemen veroorzaakt worden door het rijgedrag. Als alle eerdere campagnes nog steeds die files niet van de weg krijgen, blijft er nog maar één mogelijkheid over. Wijs de automobilist op het geluk dat hem/haar ten deel zal vallen als er niet gereden wordt. Geen ergernissen meer in je hoofd over de file zelf en het rijgedrag van je medeweggebruikers. Een veel substantiëlere bijdrage aan de beperking van CO2-uitstoot, dan langzaam rijden ooit voor elkaar zal krijgen. En in bus of trein eindelijk weer eens tijd voor een leuk boek. Geen gechagrijn meer achter het stuur, maar genieten van de humor die de komende Boekenweek gaat bieden.
Kom op, Rijkswaterstaat! Eerdere campagnes over onnodig links rijden en bumperkleven hebben succes gehad. Nou deze nog: 'Blij dat ik niet rij'.

Labels:

Vogelaar spot probleemwijken. /*\

(g.l.t. 4 min.; links: 3 min.)
De kersverse minister van Wonen, wijken en integratie, Ella Vogelaar, gaat op zoek naar de 30 ergste probleemwijken. U kent ze wel. Die buurten waar je 's nachts maar beter niet kan komen en overdag de schaduwzijden van de welvaartmaatschappij zichtbaar zijn. De ghetto's waar het krioelt van de ratten die tussen het straatvuil scharrelen. Waar continu autowrakken branden en de lucht van weedplantages op elke straathoek is te ruiken. Waar smoezelige kinderen in de open riolen spelen en schurftige straathonden de vuilniszakken openrijten, op zoek naar voedsel.
Wat zegt u? U kent ze niet? Dan woont u wellicht in die andere soort ergste probleemwijken. De vinexlocaties, waar 's nachts geen sterveling te zien is en overdag de glanzende cabrioletjes de welvaart staan uit te stralen. De woonkernen waar het krioelt van diertjes die de mensen niet eens bij naam kennen. Waar continu moderne barbecues branden en de lucht van wijn, parfum en zonnebrandolie op elk pleintje te ruiken is. Waar design geklede kindertjes op wipkippen spelen en labradors de stoepen vol kakken. Waar de monotone architectuur de bewoners zo verveelt, dat ze zich te buiten gaan aan overspelige uitspattingen. Waar moeders de tijd doden door zich vol te gieten met sherry, tot het tijd is hun kinderen van school te halen. Waar stil verdriet en huiselijk leed verborgen is achter pergola's en lamellen.
Wat zegt u? Die kent u ook niet? Woont u dan soms in een geheel andere probleemwijk? Zo'n wijk waar het een probleem is goed personeel te vinden om je riante tuin en zwembad te onderhouden. Waar je je bezit veilig moet stellen door electronische hekken en camera's. Waar het sociale leven zich afspeelt op brunches, modeshows en glamourparty's. Waar je elke dag weer moet vrezen dat je topbonussen worden afgepakt. Waar je moet moet vrezen voor ontvoeringen omdat je met naam en toenaam in de Quote vermeld staat.
Ella Vogelaar zal deze laatste categorie wel overslaan. Ik vermoed dat ze in die tweede categorie woont en die dus niet als probleem zal ervaren. Die eerste categorie gaat het natuurlijk om. Hoewel ze nog geen idee heeft van de criteria waar zo'n wijk aan moet voldoen, weet ze wel dat het er een stuk minder zullen zijn dan de 140 die Winsemius op een lijstjes had staan. Dertig vindt ze wel genoeg en die gaan snel aangepakt worden. Hoe? Dat is ook nog niet duidelijk. Om van probleemwijken leefbare en veilige oorden te maken, mogen we wellicht een fraai stukje maakbaarheid verwachten. Als die 30 wijken onder Ella's handen zijn geweest zien we straks brede boulevards, waar mensen trots flaneren met hun golden retrievers. Waar blozende kinderen op schommels en glijbanen spelen. Waar op de patio van elke woning mensen genieten van hun cocktails. Waar op grazige weiden en in fleurige parken mensen hun lunch nuttigen. En dat allemaal omdat iedereen goed onderwijs heeft genoten en men allemaal leuke, goedverdienende banen heeft.
De maakbaarheid van dit toekomstperspectief stuit echter op één probleem. Dat is dat kleine wijkje in Den Haag waar idealen hoog van het Torentje worden geblazen, maar men er voor terugdeinst daar de uiterste consequenties uit te trekken. Ik denk niet dat Ella van plan is deze probleemwijk razendsnel aan te pakken. Dat zou haar politieke dood worden.

Labels:

De maakbaarheid van ondernemende kennis /*\

(g.l.t. 3 min.; links: 10 min.)
Dit weblog is een bloeiend eenmansbedrijfje met als specialisme filosofie van de kouwe grond. Dat levert ideetjes op die nogal eens als erg naïef worden afgedaan. Nu is het de redaktie niet geheel duidelijk of hiermee 'kinderlijk eenvoudig', dan wel 'beetje dom' wordt bedoeld. In ieder geval wordt in beide gevallen bedoeld dat de ideeën niet levensvatbaar zijn. Voor echt goede ideeën is niet alleen creativiteit nodig, maar ook voldoende kennis. En je kan van alles zeggen over dit weblog, maar door kennis wordt het absoluut niet gehinderd.
Daar zit de redaktie een beetje mee. Kennis krijg je niet kado. Maar ja, waar haal je als eenmansbedrijfje de tijd vandaan om eens lekker research te doen. Het intikken van dit blog kost zoveel tijd, dat er nauwelijks nog ruimte is om iets zinnigs te lezen. Dus volstaat de redaktie ermee om ijskoud de meest bizarre filosofietjes te spuien. Maar misschien wordt het eens tijd voor wat aanpassingen. Dit weblog is aan vernieuwing toe. Ook dat kost tijd en tijd is geld en aan geld is, naast kennis, ter redaktieburelen ook groot gebrek. Maar misschien is er nog hoop, want er is de kennisbon.
De kennisbon? Jawel, een soort cadeaubon waar je innovatie mee kunt kopen. Geef mij op mijn verjaardag nu maar eens niet een cd-tje of een fijne detective. Geef eens een kennisbon.
Het Centraal Planburo heeft bij nader onderzoek geconstateerd dat de kennisbon het midden- en kleinbedrijf echt een eind op weg helpt. Nou, dat dit een klein bedrijf is moge duidelijk zijn. Maar waar ga ik dan de nodige kennis inkopen? Wel, aan het loket voor hulpeloze wetenschappers. Een mooi initiatief van de universiteit van Utrecht. Daar zijn ze de naam 'dom-stad' meer dan zat en gaan nu kennis bundelen om ondernemende wetenschappers op de goede weg te helpen. Kijk, daar kan de redaktie wat mee. Wie weet kan de huis-tuin-en-keuken-filosofie hier uitgroeien tot een platform waar de meest geniale ideeën een ieder tot waanzinnige vreugde zal stemmen.
De kennisbon is misschien ook te gebruiken om al die naïeve ideeën eens nader te laten onderzoeken. Voorbeeldje: om de klimaatproblemen aan te pakken is het niet zo'n geweldig idee om het gehele vliegverkeer stil te leggen. Alleen al onhaalbaar omdat de grootste menselijke tekortkoming zijn hebberigeid is. Een fijner klimaat is leuk, maar moet niet ten koste gaan van een nog leukere vakantie.
Innmiddels kunnen luchtreizigers de schade die ze veroorzaken afkopen door een eco-tax te betalen. Daarmee worden her en der wat boompjes geplant die de CO2-uitstoot moeten absorberen. Dat is ook een aardig idee, maar nog lang niet genoeg. Nee, de redaktie stelt voor een nieuw soort airmiles te ontwikkelen. U wilt vliegen? Dan zullt u eerst zelf minstens net zoveel energie moeten besparen als uw vliegreis kost. Elke airmile is dan gelijk aan de vermindering van CO2-uitstoot die u zelf bij elkaar hebt gespaard.
Naïef idee? Weet u wat? Doet u mij een kennisbon kado en ik laat het voor u uitzoeken.

Labels:

De onmaakbare lichtheid van het bestaan /*\

(g.l.t. 3 min.; links: 10 min.)
Simpelheid is domweg niet besteed aan politici en hun beleidsmakers. Een groot deel van hun publiek gelooft daar ook niet in. Dus wordt de wereld gemaakt met ingewikkelde regeltjes en complexe verdragen. Problemen en mogelijke oplossingen moeten ook altijd eerst diepgaand worden onderzocht. Met als gevolg een wirwar van interpretaties en elkaar tegensprekende conclusies. Daarbovenop geldt dan nog de heersende code dat eenzijdige maatregelen niet helpen. Dus kunnen we pas aan de slag als de rest van de wereld ook meedoet.
Het resultaat? Moeilijk doen, als het makkelijk kan. Simpele oplossingen worden afgeserveerd, andere oplossingen laten lang op zich wachten. En alles moet vooral 'samen' worden gedaan en iedereen wacht op de ander tot die er klaar voor is. Het woordje 'samen' is dan ook de valkuil van het regeerakkoord, want er gebeurt vervolgens weinig tot niets. Precies zo als het gaat met de simpele ideetjes die op dit weblog worden geopperd. Maar..... er is licht in de duisternis! Het moeizaam knopen doorhakken is afgelopen. Zware besluitvorming maakt plaats voor kordaat optreden. De idee fixe dat het bestaan alleen op een ingewikkelde manier maakbaar is wordt verlaten. Er zijn krachten die niet langer geloven in de onmaakbare lichtheid van het bestaan.
Voorbeeld 1. Fileproblemen en uitlaatgassen. De redaktie heeft hier herhaaldelijk lichtvoetige en simpele ideetjes voorgesteld. We moeten niet lijdzaam wachten op strukturele en effectieve oplossingen, maar gewoon het autorijden drastisch verminderen. En jawel hoor, Noord-Korea is het eerste land dat auto's van de weg gaat halen. Jammer dat een ondemocratisch land zo'n maatregel treft uit dubieuze overwegingen. Maar het fileprobleem is opgelost en onbedoeld zal het ook tot vermindering van uitlaatgassen leiden.
Voorbeeld 2. Verminderen van energieverbruik. Mooie overheidscampagnes om burgers op te roepen wat zuiniger aan te doen, hebben vooralsnog te weinig resultaat. Net zoals de overheid het aantal auto's op de weg aan banden kan leggen, kan men ook het energieverbruik flink reduceren door, zoals hier ooit geschreven, de stroom op bepaalde tijden af te sluiten. Dat is niet zo aardig en gezellig, maar er is een leuk compromis. De Australische regering heeft als eerste een dwangmaatregel uitgevaardigd die tot minder engergieverbruik moet leiden. De gloeilamp wordt verboden. Helaas niet met ingang van volgende week, maar in 2010 is het afgelopen en uit met het peertje.
Voorbeeld 3. De hier voorgestelde autoloze dagen leveren misschien te weinig op. Vliegverkeer vervuilt tenslotte behoorlijk meer. De redaktie sprong een gat in de lucht bij een ideetje uit eigen land. Schiphol gaat een Chinees handelscentrum opzetten bij het vliegveld. Briljant! Wij hoeven dus niet meer naar China te vliegen om goedkope producten in te kopen. Een China-town bij Schiphol zal ook de toeristische vluchten naar het Verre Ooosten indammen. China vliegt dan weliswaar nog hierheen, maar het vliegverkeer van hieruit kan worden gestopt. Dat moet toch aardig wat kerosine schelen. Een eerste stap richting vliegtuigloze dagen zonder de bamihap te moeten missen?
Nu wil de redaktie nog één ding weten: kan het allemaal nog simpeler?

Labels:

Maakbaarheid = rommel opruimen /*\

(g.l.t. 3 min.; links: 20 min.)
Vroeger, tot in het begin van de 60-er jaren, was het gewoon dat de oudste het voor het zeggen had. Als kind had je er dan ook niks tegen in te brengen als je door ouders of oudere broer of zus opgedragen werd je rommel op te ruimen. De Rijksbouwmeester lijkt die traditie te willen herstellen. Het instituut Rijksbouwmeester mocht vorig jaar haar 200-ste verjaardag vieren. De Afsluitdijk wordt dit jaar 75. Als oudste meent de Rijksbouwmeester te mogen zeggen hoe de toekomst van de Afsluitdijk er uit gaat zien.
Mel Crouwels (de huidige nationale architect, zie foto rechts) mag alleen wat zeggen. Adviseren heet dat. Echt bouwen mag-ie niet. De eerste rijksbouwmeester (Jean-Thomas Thibault, zie foto links) mocht dat nog wel. Misschien dat daarom Crouwels in het NRC een pleidooi houdt voor het oude Hollandse landschap en daarbij fiks kritiek spuit op de rommel die de huidige ruimtelijke ordening oplevert. Crouwels zelf heeft het natuurlijk allemaal keurig opgeruimd op een rijtje.
Zo heeft hij een duidelijk beeld van 'oud Hollands landschap'. De bouw van nieuwe vestingsstadjes met traditionele huizen vindt hij kitsch: 'Een architect kan zijn tijd beter besteden aan de verdere ontwikkeling van de architectuur dan aan teruggrijpen op iets dat we al kennen'. En daarmee bedoelt Crouwels natuurlijk die prachtige, futuristische ontwerpen waarmee Holland's skyline wordt volgeplempt. Tot zover zijn pleidooi voor oud Hollands landschap.
Wat hem ook een doorn in het oog is, zijn de bedrijventerreinen en vinexlocaties, die je langs alle snelwegen ziet staan. Dat verziekt het landschap langs de wegen. Een plan van minister Winsemius om dan maar lege plekken open te houden tussen zulke terreinen leidt tot een erg rommelige ruimtelijke ordening. Het wordt weer tijd voor een eerherstel van centrale planning van de ruimte. En dan niet een eenvoudig blauwdrukje. Nee, een plan met visie, een richtinggevend idee, aldus Crouwels.
Vorig jaar september lanceerde Crouwels zelf zo'n visionair idee. Om te voorkomen dat het toch al volgebouwde Nederland verder verrommelt moeten we op zoek naar plekken waar nog ruimte genoeg is. Crouwels wist een prima lokatie: de Afsluitdijk. Huizen er op bouwen en meteen die foeilelijke sluizen moderniseren. Los nog van het feit dat je er dan een stuk langer over doet om van Noord-Holland naar Friesland te komen omdat je niet harder dan 30 km mag binnen de bebouwde kom, onttrekken die huizen dan toch het zicht op de natuur die zich aan beide zijden van de dijk afspeelt? Of is dat geen landschap die beschermd moet worden?
Architecten zijn meesters in maakbaarheid. Maar pas op zodra ze 'de rommel' willen opruimen. Rommel waar menig architect verantwoordelijk voor is, omdat voor bouwmeesters zelfs 'the sky' onbegrensde mogelijkheden kent (zie ook: Ontspoorde maakbaarheid). Misschien moet Crouwels eerst de rommel in zijn hoofd eens opruimen. Gewoon over de Afsluitdijk rijden met het dak van zijn cabriolet naar beneden. Frisse wind doet de rest.

Labels:

Maximum maakbaarheid. /*\

(g.l.t. 2 min.; links: 10 min.)
Eigenlijk gaat alles wat je leest over maakbaarheid. Bij het speuren naar nieuws dat ook maar een beetje met maakbaarheid te maken heeft, stuitte ik op een zinnetje dat op een prachtige wijze weergaf wat maakbaarheid inhoudt.


Als er één land weet wat maakbaarheid is, dan is dat ons landje wel. Wat hier ooit een moerasdelta was, is bedijkt en bepolderd. Het weerbarstige water hebben we weten terug te dringen om plaats te maken voor bebouwbaar land. Dus het is logisch dat we het niet kunnen hebben als een riviergebied een beetje zijn eigen gang gaat. Natuurlijke ontwikkeling kennen we allang niet meer. Maximale maakbaarheid is dat je de natuur kan laten doen wat jij wilt.
Het artikeltje waarin bovengenoemd zinnetje staat, gaat over de uiterwaarden. Men wil daar graag natuurgebieden van maken met een grote variatie aan planten en grassen. Er is echter een probleempje. Onder al dat gevarieerde groen zitten een aantal 'langzaamgroeiers'. Die doen er zo'n jaar of vijftig over voor ze vaste grond onder de voeten krijgen. Maar daar krijgen ze de tijd niet voor want ondertussen moet ook de wateroverlast aangepakt worden.
Water kruipt waar het niet gaan kan en als dat in grote hoeveelheden gebeurt heb je overlast. Da's ook typisch nederlands. Is er ergens iets veel van, bijvoorbeeld halsbandparkieten, dan zijn er altijd weer mensen die dat overlast vinden. Zo ook met veel water. Dat moet je in de uiterwaarden dus niet hebben. Anders staan elk voorjaar weer hele vinexlocaties onder water of blijven natuurbeerders tegen een een eenzijdig landschap van snelgroeiend onkruid aan te kijken. Allemaal de schuld van de rivier die buiten haar oevers treedt en slib aanvoert waar niet alle plantjes baat bij hebben.
Hoe los je dat nou op als er enerzijds wordt gekozen om in tijden van 'wateroverlast' stukken land terug te geven aan het water en anderzijds men het land er wil laten uitzien zoals men dat bedacht heeft? Dat kan niet allebei. Ook in alle maakbaarheid zullen er keuzes gemaakt moeten worden. Wil men maar beperkt dijken verzwaren of verhogen dan moet er iets anders verzonnen worden. Misschien kan men er eens over nadenken om die andere opvatting over maakbaarheid hier toe te passen: Water naar de zee dragen. Leuke klus voor het nationale hoofd waterbeheer, Willem-Alexander.

Labels:

Stroomstoring. Wild idee! /*\

(g.l.t. 4 min.; links: 18 min.)
Met de subsidieregeling EOS (Energie Onderzoek Subsidie) wil het ministerie van Economische Zaken energieonderzoek stimuleren dat niet-conventioneel en nieuw is. Eén van de regelingen binnen het EOS-programma is Nieuw Energie Onderzoek (NEO). Dit ondersteunt de uitwerking van ideeën over energiebesparing die buiten de bestaande kaders vallen en die bijdragen aan een schone, betrouwbare en betaalbare energiehuishouding. Het NEO is dan ook op zoek naar 'wilde ideeën', die vervolgens brainstormenderwijs verder ontwikkeld kunnen worden.
Kijk, daar houdt de redaktie wel van: ook ideeën die buiten de bestaande kaders vallen moeten maakbaar zijn. Op dit weblog zijn al vaker wilde ideeën geventileerd, die overigens weinig weerklank vonden. Waarschijnlijk denken veel lezers dat de redactie regelmatig last heeft van stroomstoringen in de bovenkamer.
Welnu, stroomstoringen zijn misschien ook een probaat middel om het energieverbruik terug te dringen. Toegegeven: dit is een wat al te wild idee, maar waarschijnlijk wordt het al vaker toegepast dan we denken.
Want is het u wel opgevallen dat we steeds meer met stroomstoringen te maken krijgen? De meesten hebben een duidelijke oorzaak, bijvoorbeeld in Amerika en Australië, waar winterweer of bosbranden tot defecten in de stroomvoorzieningen leiden. Hier wil er nog wel eens een graafmachine een stroomkabel vernielen en dan zit een woonwijk even zonder licht. Maar ook om onverklaarbare redenen breken er kabels of vallen transformatorhuisjes uit. En wat te denken van een europees netwerk dat om onduidelijke redenen niet goed functioneert, zodat hier de stroom uitvalt zodra men in Duitsland eventjes een hoogspanningsleiding afschakelt? Het geeft de nodige last, maar het bespaart wel de nodige energie. Wat is hier aan de hand?
Het is een ieder duidelijk dat er snel effectieve maatregelen moeten komen om een aantal energieproblemen op te lossen. Daar kan niet langer op worden gewacht. Ondanks dat er tal van bestaande oplossingen zijn, kost het toch veel moeite om die vlotjes in te voeren. Maar overheden en energieleveranciers zitten niet stil. Het idee dat minder stroomverbuik noodzakelijk is, valt slecht te verkopen aan de gebruiker die zeer gehecht is aan de dagelijkse televisie en magnetron. Maar wat de burger wel accepteert is dat er altijd iets fout kan gaan in de techniek. Het is even lastig, maar uiteindelijk legt men zich neer bij onverklaarbare mankementen en gaat gezellig bij kaarslicht een potje kaarten.
U begrijpt het al: de stroomstoring is de tijdelijke oplossing om energiegebruik terug te dringen. Het werkt snel en het leed wordt keurig verdeeld door dan eens hier, dan weer daar een kabel of transformator onklaar te maken. Zo krijg je ook geen algehele volksopstand als de stroom definitief uitvalt omdat olie en gas op zijn en de alternatieven nog niet op de markt zijn gebracht. Niemand zit te wachten op Albanese toestanden, waar elke dag op gezette tijden de stroom wordt afgesloten.
Briljant! Het is een 'wild idee' waar het EOS misschien meer mee kan.
Ondertussen kunt u natuurlijk thuis vast wel nog meer uitschakelen dan u al doet.

Labels:

Lezen, leren en maakbaarheid /*\

(g.l.t. 4 min.; links: 30 min.)
Hoewel ik slechts 1x per maand een genomindeerde voor de Donkey Shocking-award wilde aanwijzen, kan ik er niet omheen nu reeds de tweede nominatie bekend te maken. Het CPNB (Stichting Collectieve propaganda voor het boek) heeft aangekondigd welk boek dit jaar gratis uitgedeeld gaat worden. Met de jaarlijkse verstrekking van een maatschappelijk relevant boek, wil men het lezen èn de gemeenschapszin bevorderen. Dit jaar denkt het CPNB dat te bereiken door 'De gelukkige klas' (uit 1926) van Theo Thijssen te promoten. Hiermee wil men een hymne brengen aan de mens voor de klas. Waarom verdient het CPNB de nominatie?
Dat de boekenclub zowel lezen als de gemeenschapzin wil bevorderen, is een prima initiatief. Het gratis verstrekken van een boek bleek vorig jaar een groot succes. Het is echter de vraag of een oplage van 725 duizend boeken genoeg is.
Met de keuze van dit jaar wordt de aandacht gevestigd op de rol van de leerkacht. Theo Thijssen heeft de naam een voorvechter geweest te zijn voor beter onderwijs, waarin liefdevolle aandacht voor het individuele kind centraal hoort te staan. In de tijd dat Thijssen onderwijzer was, werd zoiets als 'respect' er langs de weg van ijzeren orde en regels ingestampt bij het jonge volkje. Leren ging op de maat van strak, dreunende ritmes. De weg naar volwassenheid en deelname aan de samenleving werd voorbereid door de tafel van vermenigvuldiging, de rijen werkwoorden en de historische jaartallen uit het hoofd te leren. Wie je als kind was deed er niet toe. Theo Thijssen zag dat wat anders. Hij vond dat de school op de eerste plaats een plek met warmte, veiligheid en geluk moest zijn. Hij eindigt zijn boek 'De gelukkige klas' dan ook met een voor die tijd wel erg boute stelling: ' M'n heerlijke, lieve, lastige stel, ik weet eigenlijk maar één ding: de jaar of wat, dat ik jullie heb en dat jullie mij hebben, behoren wij enkel-maar een gelukkige klas te zijn. En de rest is nonsens hoor, al zal ik dat jùllie nooit zeggen'.
Het CPNB wil nu met dit voorbeeld het onderwijzersschap weer eens ter diskussie stellen. Thijssen is een goed voorbeeld, want hij beschrijft 'hoe hij worstelt met de richtlijnen van de schoolinspectie, om maar iets actueels te noemen. En hij laat zien hoe moeilijk het is om als leraar bij ieder kind het specifieke talent tot ontplooiing te brengen', aldus het CPNB.
De goede bedoelingen van het CPNB zijn duidelijk. Natuurlijk moet er meer worden gelezen. En ja, aandacht voor de gemeenschapszin en het onderwijs in het bijzonder mag altijd prioriteit hebben. Maar ook al wordt er al eeuwen gelezen, het heeft de wereld niet beter gemaakt dan het is. Elke lezer maakt toch telkens weer zijn eigen verhaal. Het goede van de CPNB-actie is wel dat men de lezers uitnodigt over het gelezene met elkaar te praten. Dat is toch wat anders dan op grond van enkele boeken naar de wapens te grijpen. Misschien lukt het de boekenclub nog eens met een boek te komen die dat duidelijk maakt. Een boek met visie naar de toekomst. Want het is sterk de vraag wat men bereikt door een boek uit het verleden te presenteren. Wil men terug naar de tijd van Theo Thijssen? Volgens de man zelf is dat niet de weg naar een betere toekomst. Je kan er wel op wijzen dat het nu en gisteren allemaal niet zo best is, maar ga dan wel voor de beste oplossingen. Of zoals Thijssen het zelf schreef in zijn boek Schoolland: 'Allemaal goed-en-wel, maar dat het vroeger zo heel erg beroerd was, is nog geen reden om tegenwoordig maar genoegen te nemen met de middelmatige beroerdheden.'
Of wil het CPNB hier een vingerwijzing aan het toekomstige kabinet geven?

Labels: ,

Van etter tot filosoof. /*\

(g.l.t. 3 min.; links: 45 min.)
Hoe maak je van 'moeilijke' kinderen mensjes die zichzelf en anderen niet tot last zijn? Dat is sinds kort geen filosofische vraag meer. In een Boddaertcentrum in Hoorn laat men bijvoorbeeld erg drukke kinderen stil staan bij filosofische vragen. En dat werkt, zo valt te lezen in het dagblad Trouw: 'De vier jongens in de bovenzaal van het Boddaertcentrum in Hoorn zitten lawaaiig om een grote tafel. Bij de opdracht ’verzin een filosofische vraag’ wordt het stil.'
Nu moet u hierbij niet denken aan die vreselijk irritante periode in ieder kinderleven, waar volwassenen de hele dag geteisterd worden door de ultieme filosofische vraag 'Waarom...?' Nee, dit gaat een stuk verder. Kinderen worden geholpen een echt filosofisch gesprek te voeren. Het zou helpen ze sterker en zelfbewust te maken. Aldus Marijke van Geen in haar afstudeerscriptie (Educatieve Faculteit Amsterdam). En zo is er dus naast de diverse tv-nanny's en de survivalmethode om van etters engelen te maken, nu ook het filosofisch gesprek als behandelmethode. Het zou de kids helpen te ontdekken wie ze zijn en waar ze voor staan. Dat levert wel vermakelijke diskussies op, waar volwassenen vertederd naar kunnen luisteren en zich verbazen over waar die kinderen het toch vandaan halen. In een gesprek over de vraag waar de dieren vandaan komen zeggen de vier jongens onder andere: 'De Bijbel en God hebben het allemaal gemaakt uit klei”, roept een blonde jongen. „Als het klei is dan zijn sommige mensen te lang gebakken”, zegt een ander en begint een verhaal over evolutietheorie, de oerknal en apen. Een jongen zegt dat we allemaal uit ’celletjes’ komen en vraagt of we ’misvormde apen’ zijn.'
Leuke gesprekken, maar helpt het ook hun 'moeilijke'gedrag te veranderen? Is dit niet eerder alweer een voorbeeld van een verkeerde opvatting over dat alles maakbaar is? Tenslotte zijn er genoeg wetenschappers die menen dat bepaald temperamentvol gedrag meer genetisch is bepaald. Het verklaart waarom twee kinderen totaal verschillend kunnen reageren op de filosofische vraag 'waarom zijn de bananen krom?' De één zal het schattig antwoorden 'omdat ze dan onder de bladeren door kunnen kijken', terwijl de ander meteen baldadig de banaan plet met zijn vuistje en zegt: 'Zo, die is nu recht. Volgende vraag!'
Ook zijn er opvattingen over hoe je om moet gaan met kinderen in hun eerste levensjaren. Als dat niet goed gaat kun je op later leeftijd 'moeilijk' gedrag verwachten. Peuters die een lage mate van zelfregulatie hebben en ouders die zelf gedragsproblemen hebben zijn beide vaak den oorzaak van lastig gedrag. Kun je nagaan waar dat toe leidt als zo'n peuter het kind is van zo'n ouder.
Zouden nou al die onderzoeken naar opvoeding en gedrag er uiteindelijk toe leiden dat we de ideale groei naar volwassenheid kunnen bewerkstelligen? Of is dat niet maakbaar omdat alle ouders en pedagogen ook eens kinderen waren die met haken en ogen zijn opgevoed en dan zelf weer kinderen krijgen die ze met vallen en opstaan opvoeden, die later ook weer kinderen zullen krijgen die..... enzovoorts? Hm, dit is misshien een wat al te filosofische vraag.

Labels:

Maakbare veiligheid /*\

(g.l.t. 4 min.; links: 20 min.)
De eerste genomineerde voor de Donkey Shocking-award is Pieter van Vollenhoven. Niet altijd door iedereen serieus genomen, maar hijzelf neemt zijn taak als voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid uitermate serieus. Hij weet inmiddels als geen ander dat het een behoorlijk rommeltje is op gebied van veiligheid. De overheid, het bedrijfsleven en de individuele burger denken dat het allemaal zo'n vaart niet loopt, maar van Vollenhoven weet wel beter. Soms boekt hij een succesje. Het onderzoek van zijn 'veiligheidsraad' naar de Schipholbrand kostte een paar ministers hun kop. Maar verder worden tal van andere aanbevelingen met een vriendelijke glimlach aangenomen zonder dat er echt harde acties worden ondernomen om de veiligheid van land en burger te vergroten.
Van Vollenhoven lanceert onvermoeibaar nieuwe ideeën. Ook nu weer richt hij zijn peilen op de overheid. Er wordt in de samenleving zo verschrikkelijk langs elkaar heen gewerkt dat dit bij tal van ongelukken rampzalige gevolgen kan hebben. Dat moet afgelopen zijn en Pieter stelt dan ook voor dat de overheid de regie neemt. Er zou zelfs een minister van Veiligheid moeten komen. Verder moeten klokkenluiders (de 'shocking donkeys') beter beschermd worden. Zij wijzen immers als eersten op missstanden en tekortkomingen en als er beter naar hen wordt geluisterd kunnnen tal van ongelukken voorkomen worden.
De vraag is wel in hoeverre de overheid verantwoordelijk kan zijn voor de sociale en fysieke veiligheid van de burgers, als die zelf een loopje nemen hun eigen veiligheid. Nog steeds geldt dat de meeste ongelukken in het huishouden gebeuren. De ramen zemen op een wankele stoel, schoonmaakmiddelen binnen handbereik van kinderen, een lampje verwisselen terwijl de stroom er nog op staat, de vlam in de pan. Het is echt levensgevaarlijk in huis. Sport en werk zijn ook risicovolle gebieden. Wat dat laatste betreft is het vaak een centenkwestie. Arbo-wetgeving of niet, nog steeds is veiligheid een sluitpost op de begroting van veel organisaties en bedrijven.
Hoe kan het allemaal veiliger worden, als het 'veiligheidsbewustzijn'op een laag pitje staat. Waarom nemen mensen telkens weer onverantwoordelijke risico's? Kiest men liever voor een leven vol gevaar?
Hoe goed van Vollenhoven het ook bedoelt, dat bewustzijn zal hij nog vaak als ernstig obstakel op zijn weg vinden. Ook al krijgt hij de hulp van heel legioen klokkenluiders. Neem nu het bekende 'alarmbelletje'. Een onbewust verschijnsel dat iedereen wel kent. Hoe vaak ging er bij u zo'n belletje rinkelen zonder dat u actie ondernam? Ik durf te stellen dat zulke belletjes vaker worden genegeerd dan nodig is. Wat het onderbewuste ons meldt, wordt vaak weggeredeneerd door het zogenaamde gezonde verstand. Als dat gecombineerd wordt met argumenten die meer te maken hebben met het budget, blijven gevaarlijke situaties lang gehandhaafd. Op mijn werk bestaan er al jaren een aantal risicovolle situaties. Herhaaldelijk worden ze aan de leidinggevenden gesignaleerd en het antwoord is nog steeds: 'maar er is toch nog nooit wat gebeurt...?'
Kennelijk geeft die laatste constatering bij veel mensen een zodanig veilig gevoel, dat men meent niets te moeten ondernemen. Pieter van Vollenhoven heeft groot gelijk dat het veiliger kan. Zijn maakbaarheid van de veiligheid zal echter nog veel hinder ondervinden van het argeloze denken. Hij vecht tegen windmolens. Niet de windmolens die hij zelf heeft bedacht, maar de molens die in het hoofd van nog teveel mensen de wind laat waaien, zoals hun jasje hangt. Daarmee wordt van Vollenhoven hier de eerste genomineerde voor de Donkey Shocking-award.
(de foto is afkomstig van 'peterwillemsacts' en een interview met van Vollenhoven is te zien bij de NOS).

Labels: ,

Hoeder tegen herderlijke dwalingen. /*\

(g.l.t. 3 min.; links: 4 min.)
Gaat er iets mis, kom dan met een verlossend idee en alles zal goed komen. Dat geldt ook voor hen van wie we verwachten dat ze een goed en rechtschapen leven leiden: de herders der dwalende kudden, de hoeders van de religieuze moraal. Zij hebben het niet altijd even makkelijk, zo blijkt uit een artikel dat de redaktie aantrof in het in het Nederlands Dagblad. Er is nogal wat eenzaamheid onder de voorgangers. Dat is nu eenmaal het vak van de herders die hun kudden over god's akkers moeten leiden. Daar heeft u misschien een romantisch idee bij. U vindt het vast erg idyllisch als u midden in de natuur een herder ontmoet, maar beseft u wel goed wat eenzaamheid kan aanrichten?
Dat kan tot rare dingen leiden, zoals het geval was bij de Amerikaanse dominee Ted Haggart. Dat kan niet, dat mag niet en dus (jawel, let op....) pleit Arie Baak, de voorzitter van de Stichting Gedragscode Leidinggevenden, voor een verantwoordingsplicht voor christelijke leiders.
Nou weet hij ook wel dat alleen een paar goed bedoelde regeltjes niet genoeg zijn. Dus moest er wat verzonnen worden om de herders het wat makkelijker te maken zich aan die regeltjes te houden. Een herder die helemaal in zijn eentje op het rechte pad moet blijven kan zomaar een beetje afdwalen en voor hij het weet kukelt-ie in het ravijn om vijfhonderd meter lager in een poel des verderf te storten. Niemand die hem voor zijn val heeft kunnen behoeden.
Arie Baak heeft de oplossing: een buddy voor dominees, de hoeder voor de herder. Zit een predikant er even doorheen en voelt hij de zondigheid opborrelen, dan kan hij een beroep doen op zijn buddy. Beetje samen wandelen, beetje samen kletsen, beetje aandacht, beetje medemenselijkheid en de boodschapper van god's woord kan er weer een tijdje tegen.
Kijk, zo'n buddy kunnen we allemaal wel gebruiken. Een maatje die je helpt de weg weer te vinden als je aan het dolen slaat. Nu hebben veel mensen zo'n maatje al. Levenspartners, vrienden, vriendinnen, een aardige oom of tante, collega's die je in vertrouwen kan nemen, een vriendelijke buur, noem maar op. Dus waarom de oplossing niet daar gezocht?
Tja, zolang er pausen zijn die roomser zijn dan god zelf zal het nog wel een hemelse eeuwigheid duren voor het celibaat wordt afgeschaft of het homo-huwelijk wordt toegestaan. Natuurlijk zijn er onder mensen die wel in goed gezelschap verkeren, aardig wat lui die zich overgeven aan de praktijken van Sodom en Gomorra. Maar je kan van geen mens, ook al is hij dominee of pastoor, verwachten dat hij zich aan een strikt gereguleerde en onmenselijke levensstijl kan houden.
Opmerkelijk is wel dat Arie Baak heil verwacht van een buddy. Want waar is god zelf gebleven. Die is toch de ultieme buddy voor hen die tot het ambt zijn geroepen?

Labels: